Statuten

Naam

Artikel 1: De Stichting draagt de naam: Stichting Instituut voor Control en Management Accounting Nederland, hierna te noemen "de Stichting".

Zetel

Artikel 2: De Stichting is gevestigd te Amsterdam.

Doel

Artikel 3:

1. De Stichting heeft ten doel:
Het bevorderen van het gezamenlijke belang van de leden van de oprichters op het gebied van management accounting en management control, alsmede het bevorderen van het niveau van de beroepsuitoefening op dit gebied.

2. De Stichting tracht dit doel te bereiken door:a. de oprichting van een opleiding ten behoeve van nascholing welke ten doel heeft het verzorgen van na-ervaringsopleidingen voor registeraccountants en registercontrollers die actief werkzaam zijn in een bedrijfseconomische dan wel financieel-economische functie, of daaraan gelijkgestelde;
b. het organiseren van bijeenkomsten;
c. het uitgeven of doen uitgeven van een periodiek;
d. en voorts al hetgeen dienstig is aan de doelstelling van de Stichting

Middelen

Artikel 4: De Stichting verwerft haar inkomsten door:

a. subsidies;
b. bijdragen van donateurs;
c. het verrichten van diensten; en
d. andere verkrijgingen, daaronder onder meer begrepen: erfstellingen, legaten en schenkingen.

Bestuur

Artikel 5:

1. De Stichting wordt bestuurd door een bestuur dat bestaat uit tenminste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen.
2. Twee bestuursleden worden benoemd uit de FINAD-leden van het Nederlands Instituut van Registeraccountants ("NIVRA") door het Overlegorgaan FINAD. Eveneens twee bestuursleden worden benoemd uit de leden van de Vereniging van Registercontrollers ("VRC"), door het bestuur van deze vereniging.
De voorzitter en de twee overige bestuursleden worden benoemd door het Overlegorgaan FINAD en het bestuur van de VRC gezamenlijk.
3. De bestuurders worden voor vier jaar benoemd. Zij stemmen zonder last of ruggespraak.
4. Onverminderd het bepaalde in lid 1 blijven, indien te eniger tijd het aantal bestuurders beneden het gestelde minimum is gedaald, de nog fungerende bestuurders, mits ten getale van twee, niettemin een wettig college vormen tot op het moment dat in de vacatures is voorzien volgens de procedure van lid 2.
5. Het bestuur benoemt uit zijn midden een secretaris en een penningmeester. De functie van secretaris en de functie van penningmeester kunnen in een persoon worden verenigd.

Einde bestuursfunctie

Artikel 6:

1. Een bestuurder kan te allen tijde door een eenstemmig besluit van alle overige bestuursleden, mits niet een enkele, worden geschorst of ontslagen. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
2. Een bestuurder treedt uiterlijk vier jaar na benoeming af. Aftredende bestuurders zijn eenmaal herbenoembaar.
3. De functie van bestuurder eindigt voorts door:

  • een besluit van de benoemende instantie
  • vrijwillig aftreden
  • verklaring dat hij in staat van faillissement is gesteld
  • onder curatele stelling
  • onder bewindstelling
  • overlijden.

4. Hij die benoemd wordt in de plaats van de bestuurder die op grond van een der omstandigheden genoemd in lid 1 respectievelijk lid 3 zijn functie van bestuurder heeft beëindigd, wordt benoemd voor de duur van de nog resterende zittingsperiode van degene wiens plaats hij inneemt.

Bestuurstaak en vertegenwoordiging

Artikel 7:

1. Het bestuur behartigt de belangen van de Stichting inde ruimste zin des woords en is binnen de grenzen der statuten bevoegd alle daden van beheer en beschikking te verrichten die het voor de verwezenlijking van het doel nodig of wenselijk acht en is bevoegd tot het verwerven, vervreemden of bezwaren van registergoederen.

2. De Stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door:
a. hetzij de voorzitter;
b. hetzij twee bestuurders gezamenlijk, daartoe door het bestuur gemachtigd.

Bijeenroepen bestuursvergadering

Artikel 8:

1. De bestuursvergaderingen worden bijeengeroepen door de voorzitter en/of secretaris, zo dikwijls als deze(n) dit nodig acht(en), alsmede binnen zeven dagen nadat ten minste twee bestuurders de wens daartoe schriftelijk en met opgave van de te behandelen onderwerpen te kennen hebben gegeven aan voorzitter of secretaris.
2. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de bestuurders.
3. De termijn van oproeping bedraagt ten minste zeven dagen, de dag van oproeping en van vergadering niet meegerekend.
4. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.
5. Indien de voorzitter of secretaris, na daartoe een verzoek van twee overige bestuurders te hebben ontvangen, in gebreke blijft de vergadering op te roepen zodanig dat deze binnen vier weken na het indienen van het verzoek kan worden gehouden, hebben de verzoekers het recht om op kosten van de Stichting zelf tot het beleggen van de verzochte vergadering over te gaan op de wijze als in dit artikel bedoeld. De volgens dit artikellid bedoelde vergadering behandelt geen andere onderwerpen dan vermeld zijn in het desbetreffende verzoek.
6. Heeft geen oproeping plaatsgevonden of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen, dan kunnen niettemin met algemene stemmen geldige besluiten worden genomen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen, mits alle bestuursleden in functie, aanwezig zijn.

Bestuursvergaderingen

Artikel 9:

1. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar, wordt een bestuursvergadering - jaarvergadering - gehouden. In die vergadering komen aan de orde:
a. het jaarverslag en de jaarrekening als bedoeld in artikel 11;
b. de voorziening in eventuele vacatures;
c. de voorstellen aangekondigd in de oproeping.

2. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter. Ontbreekt deze, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap.

Besluitvorming van de bestuursvergadering

Artikel 10:

1. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de bestuursvergadering genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering, waarin ten minste de helft van het aantal bestuursleden aanwezig zijn.
2. Buiten vergadering kunnen schriftelijk (waaronder begrepen per telex, telefax of telegrafisch) besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen van alle bestuurders.
3. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
4. Indien over een voorstel anders dan tot benoeming of aanbeveling van personen de stemmen staken, komt geen besluit tot stand.
Wordt bij een stemming, een benoeming of aanbeveling van personen niet meer dan de helft van de geldig uitgebrachte stemmen op een van hen uitgebracht, dan wordt een tweede stemming gehouden.

Indien dan op een persoon nog niet meer dan de helft van het aantal geldig uitgebrachte stemmen wordt uitgebracht, vindt een herstemming plaats tussen de personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben verworven.

Komen meer dan twee personen in aanmerking voor de herstemming, dan wordt door een tussenstemming tussen de personen, die bij de tweede stemming samen het hoogste aantal stemmen respectievelijk het op één na hoogste stemmen verwierven, uitgemaakt wie van hen in de herstemming wordt betrokken.

Voor herstemming en tussenstemming komen personen die het op één na hoogste aantal stemmen hebben verworven alleen in aanmerking, indien slechts op één persoon het hoogst aantal stemmen is uitgebracht.

Indien een tussenstemming of een herstemming door gelijkheid der aantallen verworven stemmen niet tot een besluit leidt, beslist het lot.

5. Indien de stemmen staken over een voorstel, niet rakende verkiezing van personen, dan is het voorstel verworpen.
6. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een andere wijze van stemmen gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
7. Alle bestuursbesluiten worden opgenomen in de notulen en getekend door de voorzitter en de secretaris.

Financieel beheer

Artikel 11:

1. Het boekjaar loopt gelijk met het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand zodanige aantekening te houden, dat daaruit te allen tijde de financiële rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend.
3. Binnen vijf maanden, na afloop van ieder boekjaar, worden door het bestuur een balans en een winst- en verliesrekening over het afgelopen jaar en een daarbij behorende toelichting opgemaakt. De stukken, tezamen vormend de jaarrekening, worden na akkoordbevinding door alle bestuurders ondertekend en gaan vergezeld van een verslag omtrent de verrichtingen en gang van zaken in het desbetreffende boekjaar; goedkeuring der jaarstukken strekt de penningmeester tot décharge.
4. Het bestuur kan de accountant aanwijzen voor het controleren van de jaarstukken.
5. Het bestuur is verplicht de jaarstukken en de daarop betrekking hebbende bescheiden ten minste tien jaar te bewaren.
6. Het bestuur is vrij in de belegging en wederbelegging van het vermogen van de Stichting, met inachtneming van lid 8 van dit artikel.
7. Indien over enig jaar de voor verwezenlijking van de doelstellingen van de Stichting beschikbare middelen niet of slechts gedeeltelijk daarvoor zijn aangewend, bepaalt het bestuur of en in hoeverre het niet aangewende saldo bij het kapitaal wordt gevoegd, dan wel voor toekomstige verwezenlijking der doelstelling gereserveerd blijft.
8. Het bestuur kan voor de verwezenlijking van de doelstelling der Stichting het kapitaal van de Stichting slechts aanwenden krachtens besluit, genomen door ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen der bestuurders.

Statutenwijziging

Artikel 12:

1. In de statuten van de Stichting kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van het bestuur. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts genomen worden in een vergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. Artikel 8 lid 6 is hierop niet van toepassing.
2. Zij die de oproeping tot de vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste zeven dagen voor de vergadering een exemplaar van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, aan alle bestuurders toezenden.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van ten minst twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering, waarin ten minste twee/derde van het aantal bestuurders aanwezig is. Is niet ten minste twee/derde van de bestuurders aanwezig, dan kan binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden worden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal dan aanwezige bestuurders, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen.
4. Een statutenwijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte worden verleden. Tot het doen verlijden van die akte is de voorzitter of secretaris bevoegd.

Ontbinding

Artikel 13:

1. Is het bestuur van oordeel, dat het doel van de Stichting niet of niet meer voldoende zal kunnen worden verwezenlijkt, dan kan het beslissen tot ontbinding van de Stichting. Zodanig besluit aangaande de ontbinding wordt genomen overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande artikel.
2. In geval van ontbinding geschiedt de vereffening door de ten tijde daarvan fungerende bestuurders, tenzij het bestuur anders beslist. Gedurende die vereffening blijven de bepalingen van deze statuten, voorzover mogelijk, van kracht.
In stukken en aankondigingen die alsdan van de Stichting uitgaan, moet aan de naam worden toegevoegd: in liquidatie.
3. Aan hetgeen na voldoening van alle schulden van het vermogen der ontbonden Stichting overblijft, wordt op door het bestuur te bepalen wijze een bestemming gegeven ten behoeve van een doel, dat zoveel mogelijk met de geest van het doel der Stichting in overeenstemming is.
4. De boeken en bescheiden van de ontbonden Stichting blijven na afloop der vereffening berusten onder de persoon door het bestuur daartoe aangewezen

Artikel 14:
In alle gevallen welke binnen de grenzen dezer statuten vallen, doch daarin niet zijn geregeld, wordt door een bestuursbesluit voorzien, een en ander voorzover de wet dit niet belet.

 

Advertentie

closure